vendre
Pronunciation
/vɑ̃dʀ/

Definitie en betekenis van "vendre"in het Frans

vendre
01

verkopen

donner quelque chose en échange d'argent
vendre definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
vends
1e persoon meervoud
vendons
1e persoon toekomende tijd
vendrai
onvoltooid deelwoord
vendant
voltooid deelwoord
vendu
1e persoon meervoud imperfectum
vendions
Voorbeelden
Nous vendons des légumes au marché.
Wij verkopen groenten op de markt.
02

verkopen

obtenir de l'argent en échange d'un bien ou d'un service
vendre definition and meaning
Voorbeelden
Ils vendent des livres anciens pour gagner un peu d' argent.
Ze verkopen oude boeken om wat geld te verdienen.
03

verraden, verklikken

trahir quelqu'un en le livrant ou en révélant ses secrets
vendre definition and meaning
Voorbeelden
Il a vendu ses secrets au concurrent.
Hij verkocht zijn geheimen aan de concurrent.
04

verkopen, verkocht worden

être vendu, trouver un acheteur
Voorbeelden
Ce produit se vend dans toute l' Europe.
Dit product wordt in heel Europa verkocht.
05

zich verkopen, verraden

trahir ses principes ou sa loyauté pour obtenir un avantage
Voorbeelden
Ils se sont vendus pour protéger leur position.
Ze hebben zich verkocht om hun positie te beschermen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store