Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
rattraper
01
inhalen, bijbenen
rejoindre ou atteindre après une poursuite
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
rattrape
1e persoon meervoud
rattrapons
1e persoon toekomende tijd
rattraperai
onvoltooid deelwoord
rattrapant
voltooid deelwoord
rattrapé
1e persoon meervoud imperfectum
rattrapions
Voorbeelden
Elle a rattrapé son ami dans la rue.
Ze haalde haar vriend in op straat.
02
compenseren, inhalen
compenser ou récupérer ce qui a été perdu
Voorbeelden
Nous devons rattraper nos erreurs rapidement.
We moeten onze fouten snel goedmaken.



























