ratisser
01
harken, schoonmaken met een hark
nettoyer ou ramasser avec un râteau
Voorbeelden
Ratisse bien avant de semer les graines.
Hark goed voordat u de zaden zaait.
02
van deur tot deur gaan, campagne voeren
faire du porte-à-porte pour recueillir des votes ou des soutiens
Voorbeelden
Elle a ratissé plus de 200 foyers en une semaine.
Ze bezocht meer dan 200 huishoudens in een week.
03
kammen, doorzoeken
fouiller méthodiquement et minutieusement un lieu
Voorbeelden
Les secouristes ratissent la zone du crash depuis 3 jours.
Reddingswerkers doorzoeken het crashgebied al 3 dagen.



























