Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La parole
01
spraak, woord
faculté humaine d'exprimer des pensées à l'aide du langage oral
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
Voorbeelden
L'enfant a commencé à avoir la parole vers un an.
Het kind begon rond een jaar oud het spreken te verwerven.
02
woord, spraak
ce que quelqu'un dit à voix haute
Voorbeelden
Ses paroles m'ont beaucoup touché.
Haar woorden hebben me diep geraakt.
03
woord, belofte
engagement que l'on prend en parlant, sans écrit
Voorbeelden
Il a donné sa parole qu'il reviendrait.
Hij gaf zijn woord dat hij zou terugkomen.
Les paroles
01
songtekst, woorden
mots qui composent une chanson ou un hymne
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
paroles
Voorbeelden
Tu connais les paroles de cette chanson ?
Ken je de tekst van dit lied?



























