La part
[gender: feminine]
01
deel, portie
portion ou fraction d'un tout
Voorbeelden
Elle a pris une part du pain pour elle.
Ze nam een deel van het brood voor zichzelf.
02
rol, deelname
rôle ou influence dans une action, un événement ou un projet
Voorbeelden
Chacun a sa part de responsabilité.
Iedereen heeft zijn deel van de verantwoordelijkheid.
03
namens mij, in naam van
dans l'expression « de ma part », « de ta part », signifie « au nom de quelqu'un »
Voorbeelden
Elle parle de ta part pendant la réunion.
Ze spreekt namens jou tijdens de vergadering.



























