Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La part
01
deel, portie
portion ou fraction d'un tout
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
parts
Voorbeelden
Elle a pris une part du pain pour elle.
Ze nam een deel van het brood voor zichzelf.
02
rol, deelname
rôle ou influence dans une action, un événement ou un projet
Voorbeelden
Chacun a sa part de responsabilité.
Iedereen heeft zijn deel van de verantwoordelijkheid.
03
namens mij, in naam van
dans l'expression « de ma part », « de ta part », signifie « au nom de quelqu'un »
Voorbeelden
Elle parle de ta part pendant la réunion.
Ze spreekt namens jou tijdens de vergadering.
Lexicale Boom
partial
part



























