guérir
Pronunciation
/geʀiʀ/

Definitie en betekenis van "guérir"in het Frans

guérir
01

genezen, helen

rendre ou redevenir en bonne santé aprÚs une maladie
guérir definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
guéris
1e persoon meervoud
guérissons
1e persoon toekomende tijd
guérirai
onvoltooid deelwoord
guérissant
voltooid deelwoord
guéri
1e persoon meervoud imperfectum
guérissions
Voorbeelden
Ce nouveau traitement pourrait guérir certains cancers.
Deze nieuwe behandeling zou sommige kankers kunnen genezen.
02

herstellen, zich bevrijden

se libérer progressivement d'un état mental ou émotionnel négatif
Voorbeelden
Comment se guérir de cette obsession ?
Hoe genees je van deze obsessie?
03

bevrijden, verlichten

libérer quelqu'un d'une préoccupation ou d'un état mental négatif
Voorbeelden
La thérapie cherche à guérir les patients de leurs phobies.
De therapie probeert patiënten van hun fobieën te genezen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store