Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
engueuler
01
ruzie maken, luidruchtig ruziën
se disputer en criant et en s'insultant
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
être
1e persoon enkelvoud
engueule
1e persoon meervoud
engueulons
1e persoon toekomende tijd
engueulerai
onvoltooid deelwoord
engueulant
voltooid deelwoord
engueulé
1e persoon meervoud imperfectum
engueulions
Voorbeelden
Nous nous sommes engueulés hier soir pour une bêtise.
We hebben ruzie gemaakt gisteravond om iets stoms.



























