complémentconfronter
van 13
complémentconfronter
complément[n]

aanvulling,complement

complémentaire[adj]
complet[adj][n]

vol,compleet • pak,kostuum

complètement[adv]

volledig,geheel

compléter[v]

voltooien,aanvullen

complexe[n][adj]
complexe immobilier[n]

vastgoedcomplex,onroerend goed complex

complexe résidentiel[n]

wooncomplex,wooncomplex

complication[n]

complicatie,moeilijkheid

complice[n]

medeplichtige,handlanger

complicité[n]

verstandhouding,overeenstemming

compliment[n]

compliment,lof

compliquer[v]

compliceren,moeilijker maken

comportement[n]

gedrag,houding

composé[n][adj]

verbinding • samengesteld

composer[v]

voorbereiden,opstellen

compositeur[n]

componist,muziekschepper

composition[n]

compositie,schikking

compost[n]

compost,organische mest

composter[v]
compréhensif[adj]

begripvol,meevoelend

compréhension[n]
comprendre[v]

begrijpen,verstaan

compresse[n]

kompres,verband

comprimé[n]

tablet,pil

comprimer[v]
compromis[n]
comptabiliser[v]
comptable[n]

boekhouder,accountant

compte[n]

bankrekening,rekening bij de bank

compte rendu[n]
compter[v]

tellen,berekenen

compter sur[v]

rekenen op,vertrouwen op

comptoir[n]

toonbank,bar

compulser[v]

raadplegen,onderzoeken

concasser[v]

vergruizen,verpletteren

concave[adj]

hol,naar binnen gebogen

concavité[n]

concaviteit,holte

concentration[n]

concentratie,aandacht

concentré[adj]

geconcentreerd,gefocust

concentrer[v]

concentreren,focussen

concepteur[n]
conception[n]

ontwerp,conceptie

concernant[prep]
concerné[adj]
concert[n]

concert,muziekuitvoering

concession[n]
concevoir[v]

ontwerpen,bedenken

concierge[n]

huisbewaarder,portier

conciliant[adj]

verzoenend,bemiddelend

concilier[v]

verzoenen,harmoniseren

conclure[v]

concluderen,beëindigen

conclusion[n]
concombre[n]

komkommer,augurk

concombre de mer[n]

zeekomkommer,zeewolf

concours[n]

toelatingsexamen,toegangsconcours

concret[adj]
concrètement[adv]

concreet,in de praktijk

concrétion[n]
concubinage[n]

concubinaat,samenwonen

concurrence[n]

concurrentie,mededinging

concurrencer[v]

concurreren met,wedijveren met

concurrent[adj][n]

concurrerend,concurrentieel • concurrent,mededinger

concurrentiel[adj]
condamnable[adj]
condamnation[n]

veroordeling,schuldigverklaring

condamner[v]

veroordelen,vonnis vellen

condensé[n][adj]

samenvatting,overzicht • gecondenseerd,geconcentreerd

condiment[n]

kruiderij,saus

condition[n]
conditionnement[n]
condoléances[n]
conducteur[n]

bestuurder,chauffeur

conductivité[n]
conduire[v]

rijden,besturen

conduit à déchets[n]

vuilnisafvoer,afvalkanaal

cône[n]

kegel,kegelvorm

confectionner[v]

bereiden,maken

conférence[n]

conferentie,bijeenkomst

conférencier[n]
conférer[v]

verlenen,toekennen

confession[n]

bekentenis,biecht

confiance[n]

vertrouwen,geloof

confiant[adj]

vertrouwend,zelfverzekerd

confidentialité[n]
confier[v]

toevertrouwen,overhandigen

configurer[v]

configureren,vormgeven

confirmation[n]
confirmer[v]

bevestigen,vaststellen

confiserie[n]
confiture[n]

jam,confituur

conflit[n]

conflict,geschil

confondre[v]

verwarren,door elkaar halen

conforme[adj]
conformément[adv]
conformité[n]

conformiteit,overeenstemming

confort[n]

comfort,gemak

confortable[adj]

comfortabel,gemakkelijk

confrère[n]
confronter[v]
LanGeek
Download de App