animationapproximatif
van 9
animationapproximatif
animation[n]

animatie,animatie

anime[n]

Japanse animatie,anime

animé[adj]

levendig,actief

animer[v]

leiden,aanvoeren

animosité[n]

vijandigheid,animositeit

annales[n]
anneau[n]

ring,kring

année[n]

jaar,boekjaar

annexe[n]

bijgebouw,aanbouw

anniversaire[n]

verjaardag,jaardag

annonce[n]

aankondiging,advertentie

annonce immobilière[n]

vastgoedadvertentie,vastgoedreclame

annoncer[v]

aankondigen,mededelen

annonceur[n]

adverteerder,sponsor

annotation[n]
annoter[v]
annuaire[n]

directory,telefoonboek

annuel[adj]

jaarlijks,elk jaar plaatsvindend

annulaire[n]

ringvinger,vierde vinger

annulation[n]
annuler[v]

annuleren,afzeggen

anorexique[adj]

anorexia

anormal[adj]
antagoniste[adj][n]
antarctique[n]

Antarctica,Zuidpoolcontinent

antenne[n]

antenne,sensorantenne

antenne parabolique[n]

satellietschotel,parabolische antenne

antériorité[n]
anthropologue[n]
anti-cernes[n]

concealer,anti-wallenvuller

anti-héros[n]

antiheld,niet-heroïsche hoofdpersoon

anti-inflammatoire[adj][n]

ontstekingsremmend,anti-inflammatoir • ontstekingsremmer,anti-inflammatoir middel

antiadhésif[adj]

antikleef,niet-klevend

antibactérien[adj]

antibacterieel,bacteriedodend

antibiotique[adj][n]

antibiotisch,antibacterieel • antibioticum,antibacterieel geneesmiddel

anticipation[n]
anticipé[adj]

vroegtijdig,vervroegd

anticiper[v]

vervroegen

antidépresseur[n]

antidepressivum,antidepressieve medicatie

antigrippal[adj]
antilope[n]

antilope,gazelle

antioxydant[n]
antipathie[n]

antipathie,afkeer

antipathique[adj]

onaangenaam,onaangenaam

antiquité[n]

oudheid,antiekheid

antitabac[adj]
antithèse[n]
antiviral[adj]

antiviraal,virusremmend

anxiété[n]

angst,bezorgdheid

anxieux[adj]

angstig,bezorgd

août[n]

augustus,de maand augustus

apaiser[v]

kalmeren,sussen

apathie[n]
apercevoir[v]

opmerken,waarnemen

aperçu[n]

glimp,blik

apéritif[n]

aperitief,eetlustopwekkend drankje

apocalypse[n]
apogée[n]
apostrophe[n]
apothéose[n]
apparaître[v]

verschijnen

appareil[n]
appareil à sandwich[n]

sandwichmaker,sandwichtoaster

appareil auditif[n]

hoortoestel,gehoorapparaat

appareil de contention[n]

retentieapparaat,retainer

appareil dentaire[n]

tandapparaat,beugel

appareil photo[n]

camera,fototoestel

apparemment[adv]

blijkbaar,kennelijk

apparenter[v]
appartement[n]

appartement,wooneenheid

appartenance[n]

toebehoren,lidmaatschap

appartenir[v]
appel[n]

oproep,smeekbede

appelant[n]

beller,persoon die de oproep doet

appeler[v]

roepen,schreeuwen

appendice[n]

bijlage,aanhangsel

appétissant[adj]

eetlustopwekkend,lekker

appétit[n]

eetlust,honger

applaudir[v]

applaudisseren,klappen

applaudissement[n]

applaus,gejuich

application[n]

installatie

appliquer[v]

toepassen,aanbrengen

appoint[n]

exact wisselgeld,precies kleingeld

apport[n]
apporter[v]

brengen,aanleveren

apprécier[v]

inschatten,beoordelen

appréhender[v]

arresteren,aanhouden

appréhension[n]

bezorgdheid, vrees

apprendre[v]

leren,studeren

apprenti[n]

leerling,stagiair

apprentissage[n]

leren,opleiding

apprêter[v]
apprivoiser[v]

temmen,africhten

approcher[v]

naderen,benaderen

approfondir[v]

verdiepen,dieper maken

approfondissement[n]
approprier[v]
approuver[v]

goedkeuren,bekrachtigen

approvisionner[v]
approximatif[adj]

bij benadering,geschat

LanGeek
Download de App