àaccueillant
van 9
àaccueillant
à[prep]

naar,op

à auccun prix[phrase]
à carreaux[phrase]
à cause de[phrase]
à condition que[phrase]
à côté de[phrase]
à demi-mot[adv]

indirect,impliciet

à droite de[phrase]
à fleurs[phrase]
à gauche de[phrase]
à grand spectacle[phrase]
à l'eau de rose[adj]

zoetsappig,sentimenteel

à l'écran[adv]

op het scherm,in beeld

à l'étage[adv]

op de bovenverdieping,boven

à la mode[phrase]
à moins que[conj]
à peine[adv]

nauwelijks,amper

à petit budget[adj]

low-budget,economisch

à pied[adv]

te voet,lopend

à pois[phrase]
à prix d'or[phrase]
à quoi bon[phrase]
à rayures[phrase]
à tête reposée[phrase]
à volonté[phrase]
abandonné[adj]

verlaten,achtergelaten

abandonner[v]

verlaten,opgeven

abasourdi[adj]
abat-jour[n]

lampenkap,kap

abattage[n]

kap,omverwerping

abattement[n]

neerslachtigheid,moedeloosheid

abattre[v]

omhakken,vellen

abattu[adj]

neerslachtig,ontmoedigd

abbaye[n]

abdij,klooster

abdomen[n]

buik,abdomen

abdominaux[n]

buikspieroefeningen,buikoefeningen

abdominoplastie[n]

buikwandcorrectie,abdominoplastiek

abeille[n]

bij,honingbij

abeille domestique[n]

huisbij,honingbij

aberrant[adj]

absurd,onlogisch

abîmé[adj]

beschadigd,kapot

abîmer[v]

beschadigen,schaden

abondance[n]
abondant[adj]

overvloedig,rijkelijk

abonné[n][adj]

abonnee,inschrijver • geabonneerd,abonnee

abonnement[n]

abonnement,inschrijving

abonner[v]

abonneren,inschrijven

abordable[adj]

toegankelijk,benaderbaar

aborder[v]

aanleggen,meren

aboutir[v]
aboutissement[n]
aboyer[v]

blaffen,keffen

abréger[v]
abri[n]

schuilplaats,onderdak

abricot[n][adj]

abrikoos,perzik • abrikozenkleur,abrikozentint

abrogation[n]
abroger[v]
abruti[adj][n]

verdwaasd,verward • idioot,domkop

absent[adj]
abside[n]

apsis,koorafsluiting

absolu[adj]

absoluut,volledig

absolument[adv]

absoluut,volledig

absolutisme[n]
absorber[v]

absorberen,opzuigen

abstenir[v]
abstinent[adj]

abstinent,onthoudend

abstraction[n]
abstrait[adj]

abstract,niet-figuratief

absurde[adj][n]

absurd,onlogisch • absurditeit,onzin

absurdité[n]
abuser[v]
acajou[n][adj]

mahonie,acajou • mahonie,mahonie kleur

accablant[adj]

uitputtend,vermoeiend

accabler[v]

overweldigen,belasten

accélération[n]

versnelling,toename van snelheid

accélérer[v]

versnellen

accent[n]

accent,uitspraak

accepter[v]

accepteren,aanvaarden

accès[n]

toegang

accessible[adj]
accessoire[n][adj]

accessoire,toebehoren • secundair,bijkomstig

accident[n]

ongeval,ongeluk

accompagnement[n]

begeleiding,ondersteuning

accompagner[v]

begeleiden,meegaan

accomplir[v]

vervullen,volbrengen

accomplissement[n]

voltooiing,verwezenlijking

accord[n]

overeenkomst

accordéon[n]

accordeon,trekharmonica

accordeur[n]

stemmer,stemapparaat

accouchement[n]

bevalling,geboorte

accoucher[v]

bevallen

accoupler[v]

paren,koppelen

accourir[v]
accroc[n]
accrocher[v]

ophangen,vastmaken

accroissement[n]

toename,vergroting

accroître[v]

verhogen

accroupir[v]

hurken,door de knieën gaan

accueil[n]

ontvangst,welkom

accueillant[adj]

gastvrij,hartelijk

LanGeek
Download de App