aubergeavoir la gorge nouée
van 9
aubergeavoir la gorge nouée
auberge[n]

herberg,logement

auberge de jeunesse[n]

jeugdherberg,jeugdhostel

aubergine[n]

aubergine,aubergine

aucun[det][pron]

geen,niemand • niemand,niets

audacieux[adj]

gedurfd,moedig

audience[n]

publiek,toehoorders

audio[n]

audio,geluid

audiovisuel[n][adj]

audiovisuele sector,audiovisuele industrie • audiovisueel,beeld-geluid

audit[n]
auditeur[n]

auditor,accountant-controleur

auditif[adj]
auditionner[v]

auditie doen,testen

auditorium[n]

auditorium,conferentiezaal

augmentation[n]

toename

augmenter[v]

verhogen

aujourd'hui[adv]

vandaag,op deze dag

aumône[n]

aalmoes,liefdadigheid

auparavant[adv]

voorheen,eerder

auprès[prep]

in de buurt van,naast

auriculaire[n]

pink,kleine vinger

ausculter[v]

ausculteren,onderzoeken met een stethoscoop

aussi[adv][conj]

ook,eveneens • daarom,dus

austérité[n]
australie[n]
australien[adj][n]
autant[adv]
auteur[n]

schepper,auteur

auteur-compositeur[n]

auteur-componist,tekstschrijver-componist

authentique[adj]
auto-stop[n]

liften,meerijden

autobiographie[n]

autobiografie,autobiografisch verhaal

autobus[n]
autocar[n]

bus,streekbus

autochtone[n][adj]

inheemse,autochtoon • inheems,autochtoon

autocuiseur[n]

snelkookpan,drukpan

autographe[n]

handtekening,autogram

automatique[adj]
automatiquement[adv]
automne[n]

herfst,herfsttijd

automobile[n]
automobiliste[n]

automobilist,bestuurder

autonome[adj]

autonoom,onafhankelijk

autonomie[n]

autonomie,onafhankelijkheid

autorisation[n]
autoriser[v]

toestaan,toelaten

autorité[n]

autoriteit,macht

autoroute[n]

autosnelweg,snelweg

autoroutier[adj]
autrefois[adv]

vroeger,eertijds

autrement[adv]
autruche[n]

struisvogel,Afrikaanse struisvogel

auxiliaire[adj][n]

hulp-,aanvullend • hulp,assistent

avalanche[n]

lawine,sneeuwlawine

avaler[v]

slikken,doorslikken

avance[n]
avancé[adj]

gevorderd,ver ontwikkeld

avancée[n]

vooruitgang,vordering

avancement[n]

vooruitgang,vordering

avancer[v]

vooruitgaan,vorderen

avant[prep][n][adv]

voor,vóór • voorkant,voorzijde • eerder

avant-bras[n]

onderarm,deel van de arm tussen elleboog en pols

avant-cour[n]

voorhof,voortuin

avant-garde[n]

avant-garde,voorhoede

avant-première[n]

voorpremière,preview

avant-toit[n]

dakoverstek,uitstekend deel van het dak

avantage[n]
avare[adj]

gierig,vrek

avatar[n]

avatar,incarnatie

avec[prep][n]

met • Breng Je Eigen Communicatieapparatuur Mee (BYOCE),Breng Je Persoonlijke Communicatiehulpmiddelen Mee

avec plaisir[adv]

graag,met plezier

avenant[adj][n]
avènement[n]

troonsbestijging,machtsgreep

avenir[n]

toekomst,morgen

aventure[n]

avontuur,gevaarlijke ervaring

aventurier[n]
avenue[n]

laan,boulevard

avérer[v]

blijken,zich bewijzen

averse[n]

stortbui,plensbui

aversion[n]

afkeer,weerzin

avertir[v]
avertissement[n]

waarschuwing,vermaning

aveu[n]

bekentenis,erkenning

aveugle[adj]

blind,zielloos

aveugler[v]

verblinden,blenden

avion[n]

vliegtuig,vliegmachine

aviron[n]

riem,peddel

avis[n]

mening

avocat[n]

avocado,alligatorpeer

avoine[n]

haver,haver

avoir[v][n]

hebben,bezitten • actief,bezit

avoir bonne mémoire[phrase]
avoir de l'allure[phrase]
avoir de la classe[phrase]
avoir des idées noires[phrase]
avoir du cran[phrase]
avoir du pain sur la planche[phrase]
avoir du pot[phrase]
avoir l'air[phrase]
avoir l'impression de[phrase]
avoir la gorge nouée[phrase]
LanGeek
Download de App