Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
animer
01
leiden, aanvoeren
faire fonctionner, encadrer ou rendre actif un groupe ou une action
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
anime
1e persoon meervoud
animons
1e persoon toekomende tijd
animerai
onvoltooid deelwoord
animant
voltooid deelwoord
animé
1e persoon meervoud imperfectum
animions
Voorbeelden
Ils animent une réunion très importante aujourd'hui.
Zij leiden vandaag een zeer belangrijke vergadering.
02
tot leven komen, levendig worden
se mettre en mouvement, devenir animé ou vivant après un moment de calme
Voorbeelden
Après le discours, la salle s' est animée peu à peu.
Na de toespraak kwam de zaal langzaam tot leven.



























