Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
acompañar
[past form: acompañé][present form: acompaño]
01
begeleiden, meegaan
ir con alguien o estar presente con otra persona
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
acompaño
3e persoon enkelvoud
acompaña
onvoltooid deelwoord
acompañando
onvoltooid verleden tijd
acompañé
voltooid deelwoord
acompañado
Voorbeelden
Los padres acompañaron a sus hijos en la excursión.
De ouders begeleidden hun kinderen op de excursie.



























