acabar
a
a
a
ca
ka
ka
bar
ˈβaɾ
bar
acamaralabaracatar

Definitie en betekenis van "acabar"in het Spaans

acabar
01

afmaken, beëindigen

llegar al final de algo o completar una acción con un objeto directo 
acabar definition and meaning
Voorbeelden
Acabé el libro que estaba leyendo. 

Ik heb het boek dat ik las afgemaakt.

02

opraken, eindigen

terminar o agotarse algo hasta que no queda más 
acabar definition and meaning
Voorbeelden
Se acabó la leche en la nevera. 

De melk is op in de koelkast.

03

eindigen, beëindigen

llegar a su fin sin un objeto directo 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
acabo
3e persoon enkelvoud
acaba
onvoltooid deelwoord
acabando
onvoltooid verleden tijd
acabé
voltooid deelwoord
acabado
Voorbeelden
La película acabó a las diez de la noche. 

De film eindigde om tien uur 's avonds.

acabar de
a
ˌa
a
ca
ka
ka
bar
ˈβaɾ
bar
de
ðe
dhe
acabar de
01

indica que una acción se ha completado muy recientemente 

acabar de definition and meaning
Voorbeelden
Acabo de llegar a casa. 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store