Zoeken
abusar
[past form: abusé][present form: abuso]
01
misbruiken
usar algo o a alguien de manera indebida o dañina
Voorbeelden
Muchos jóvenes abusan de sustancias ilegales.
Veel jongeren misbruiken illegale stoffen.
02
misbruik maken van iemand of hem schaden, vooral van seksuele aard
aprovecharse de alguien o hacerle daño, especialmente de naturaleza sexual
Voorbeelden
Los padres deben enseñar a los niños que nadie puede abusar de ellos.
Ouders moeten kinderen leren dat niemand hen kan misbruiken.



























