llegar
Pronunciation
/ʎeɣˈaɾ/

Definitie en betekenis van "llegar"in het Spaans

llegar
[past form: llegué][present form: llego]
01

aankomen, bereiken

alcanzar un lugar o destino
llegar definition and meaning
Voorbeelden
Ellos llegaron tarde a la reunión.
Ze kwamen te laat bij de vergadering.
02

komen

producirse o presentarse un momento o acontecimiento esperado
Voorbeelden
El futuro llegó antes de lo esperado.
De toekomst kwam eerder dan verwacht.
03

bereiken, halen

alcanzar una cantidad, nivel o valor determinado
Voorbeelden
La temperatura llegó a los 40 grados.
De temperatuur bereikte 40 graden.
04

aankomen

entrar y detenerse en una estación (dicho de un tren)
Voorbeelden
El tren de cercanías llega cada veinte minutos.
De forensentrein komt elke twintig minuten aan.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store