Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to irritate
01
irriteren, ergeren
to annoy someone, often over small matters
Transitive: to irritate sb
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
irritate
3e persoon enkelvoud
irritates
onvoltooid deelwoord
irritating
onvoltooid verleden tijd
irritated
voltooid deelwoord
irritated
Voorbeelden
The way he constantly interrupts conversations can really irritate people.
De manier waarop hij constant gesprekken onderbreekt, kan mensen echt irriteren.
02
irriteren, ergeren
to cause discomfort or inflammation in a body part
Transitive: to irritate a body part
Voorbeelden
The soap irritated her skin, causing a rash.
De zeep irriteerde haar huid, wat uitslag veroorzaakte.
03
irriteren, stimuleren
to trigger an active response from an organism, cell, or organ by stimulating it
Transitive: to irritate an organism or cell
Voorbeelden
The injection irritated the immune system, causing it to release antibodies.
De injectie irriteerde het immuunsysteem, waardoor het antilichamen vrijliet.
Lexicale Boom
irritated
irritating
irritation
irritate
irrit



























