Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to inhabit
01
bewonen, wonen
to reside in a specific place
Transitive: to inhabit a region
Voorbeelden
The indigenous people have inhabited this land for centuries.
De inheemse volkeren bewonen dit land al eeuwen.
Voorbeelden
Creative energy seemed to inhabit the artist ’s studio.
Creatieve energie leek het atelier van de kunstenaar te bewonen.
Lexicale Boom
inhabitancy
inhabitant
inhabit
habit



























