Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
hoop, stapel
a large number of objects thrown on top of each other in an untidy way
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
heaps
Voorbeelden
The contractor stacked a heap of bricks outside the building.
De aannemer stapelde een hoop stenen buiten het gebouw.
02
hoop, berg
a lot of something; a large amount of something
03
wrak, oude onbetrouwbare auto
a car that is old and unreliable
to heap
01
ophopen, stapelen
to pile or gather things in a disorderly or untidy manner
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
heap
3e persoon enkelvoud
heaps
onvoltooid deelwoord
heaping
onvoltooid verleden tijd
heaped
voltooid deelwoord
heaped
Voorbeelden
The gardener heaps the fallen leaves in a compost pile for later use in the garden.
De tuinman hoopt de gevallen bladeren op in een composthoop voor later gebruik in de tuin.
02
ophopen, verzamelen
bestow in large quantities
03
ophopen, vullen tot overstromen
fill to overflow



























