Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
freely
01
vrij, zonder beperkingen
without being controlled or limited by others
Voorbeelden
The dog was finally able to move freely after being released from its leash.
De hond kon zich eindelijk vrij bewegen nadat hij van zijn riem was bevrijd.
1.1
vrij, zonder belemmering
without obstruction, interference, or restriction
Voorbeelden
In an open market, goods and services should flow freely.
In een open markt moeten goederen en diensten vrij stromen.
Voorbeelden
The volunteers gave freely of their time to the cause.
De vrijwilligers gaven royaal van hun tijd aan de zaak.
Voorbeelden
Witnesses were invited to testify freely.
Getuigen werden uitgenodigd om vrijuit te getuigen.
1.4
vrijwillig, vrijuit
willingly and voluntarily; without pressure or force
Voorbeelden
They freely admitted their mistake and took responsibility.
Zij gaven hun fout vrijwillig toe en namen de verantwoordelijkheid.
Lexicale Boom
freely
free



























