Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Eyeball
01
oogbol, oog
the whole structure of the eye
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
eyeballs
to eyeball
01
grondig bekijken, inspecteren
to closely look at something
Transitive: to eyeball sb/sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
eyeball
3e persoon enkelvoud
eyeballs
onvoltooid deelwoord
eyeballing
onvoltooid verleden tijd
eyeballed
voltooid deelwoord
eyeballed
Voorbeelden
During the game, the coach eyeballed each player's performance, noting areas for improvement.
Tijdens de wedstrijd keek de coach goed naar de prestaties van elke speler en noteerde verbeterpunten.
02
met het oog schatten, visueel meten
to measure or estimate something visually, often without using precise instruments
Transitive: to eyeball a measurement
Voorbeelden
The chef, experienced in the kitchen, could eyeball the ingredients and create a perfect dish.
De chef-kok, ervaren in de keuken, kon de ingrediënten op het oog schatten en een perfect gerecht maken.



























