Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Eyeball
01
oogbol, oog
the whole structure of the eye
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
eyeballs
to eyeball
01
grondig bekijken, inspecteren
to closely look at something
Transitive: to eyeball sb/sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
eyeball
3e persoon enkelvoud
eyeballs
onvoltooid deelwoord
eyeballing
onvoltooid verleden tijd
eyeballed
voltooid deelwoord
eyeballed
Voorbeelden
The jeweler eyeballed the diamond, inspecting its clarity and brilliance.
De juwelier keek goed naar de diamant, inspecterend zijn helderheid en schittering.
02
met het oog schatten, visueel meten
to measure or estimate something visually, often without using precise instruments
Transitive: to eyeball a measurement
Voorbeelden
The carpenter decided to eyeball the length of the board before making the cut.
De timmerman besloot de lengte van de plank op het oog te schatten voordat hij de snede maakte.



























