embroider
emb
ˈɪmb
imb
roi
rɔɪ
roy
der
dɜr
dēr
/ɛmbɹˈɔ‍ɪdɐ/

Definitie en betekenis van "embroider"in het Engels

to embroider
01

borduren, versieren met borduurwerk

to sew decorative patterns on a piece of cloth with colored threads
Transitive: to embroider a piece of cloth
to embroider definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
embroider
3e persoon enkelvoud
embroiders
onvoltooid deelwoord
embroidering
onvoltooid verleden tijd
embroidered
voltooid deelwoord
embroidered
Voorbeelden
The grandmother taught her granddaughter how to embroider a personalized handkerchief.
De grootmoeder leerde haar kleindochter hoe ze een gepersonaliseerd zakdoekje kan borduren.
02

borduren, opsmukken

to embellish or enhance an account with imaginative or exaggerated details
Transitive: to embroider an account with untrue details
Voorbeelden
He embroidered his resume with embellished accomplishments and exaggerated job titles.
Hij borduurde zijn cv met opgesmukte prestaties en overdreven functietitels.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store