Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
deuk, afdruk
an impression in a surface (as made by a blow)
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
dings
02
belgeluid, rinkel
a ringing sound
to ding
01
rinkelen, luiden
go `ding dong', like a bell
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
ding
3e persoon enkelvoud
dings
onvoltooid deelwoord
dinging
onvoltooid verleden tijd
dinged
voltooid deelwoord
dinged
02
deuken, krassen
to cause slight damage to something, typically by hitting or striking it
Voorbeelden
Yesterday, I accidentally dinged my laptop when it fell off the desk.
Gisteren heb ik per ongeluk mijn laptop gekrast toen hij van het bureau viel.



























