Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to designate
01
aanwijzen, benoemen
to choose someone for a certain position or task
Ditransitive: to designate sb to do sth
Transitive: to designate sb for sth
Voorbeelden
The coach will designate a captain for the upcoming match.
De coach zal een aanvoerder aanwijzen voor de komende wedstrijd.
02
aanwijzen, toewijzen
to choose or intend something for a specific purpose or role
Transitive: to designate sth as sth | to designate sth for a purpose
Voorbeelden
They designated the field for soccer practice.
Ze wezen het veld aan voor voetbaltraining.
03
aanwijzen, benoemen
to officially give a specific title, term, or label to someone or something
Ditransitive: to designate sb/sth a title
Voorbeelden
They designated the new restaurant " The Ocean View. "
Ze wezen het nieuwe restaurant aan als "The Ocean View".
04
aanwijzen, aanduiden
to show or indicate the exact location of something
Transitive: to designate a location or spot
Voorbeelden
The teacher will designate where each student should sit.
De leraar zal aanduiden waar elke leerling moet zitten.
designate
01
aangewezen, benoemd
officially chosen or named for a position but not yet formally in office
Voorbeelden
The newly elected designate mayor attended the planning meeting.
De nieuw gekozen aangewezen burgemeester woonde de planningsbijeenkomst bij.
Lexicale Boom
designated
designation
designate



























