Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to fear for
01
vrezen voor, zich zorgen maken om
to feel worried or concerned about someone or something
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
for
basiswerkwoord
fear
tegenwoordige tijd
fear for
3e persoon enkelvoud
fears for
onvoltooid deelwoord
fearing for
onvoltooid verleden tijd
feared for
voltooid deelwoord
feared for
Voorbeelden
They feared for their lives during the earthquake.
Zij vreesden voor hun leven tijdens de aardbeving.



























