Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to buoy up
[phrase form: buoy]
01
opbeuren, hoop geven
to become happier or more hopeful
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
buoy
tegenwoordige tijd
buoy up
3e persoon enkelvoud
buoys up
onvoltooid deelwoord
buoying up
onvoltooid verleden tijd
buoyed up
voltooid deelwoord
buoyed up
Voorbeelden
Once he heard the joke, he could n't help but buoy up with laughter.
Zodra hij de grap hoorde, kon hij niet anders dan opvrolijken van het lachen.
02
opbeuren, opvrolijken
to make someone more cheerful or optimistic
Voorbeelden
Engaging in enjoyable activities can buoy up one's sense of happiness.
Deelname aan plezierige activiteiten kan iemands gevoel van geluk opvijzelen.
03
drijvend houden, ondersteunen
to keep an object or person above the surface of the water to prevent it from sinking
Voorbeelden
The wooden logs, when bound together, can naturally buoy up on the water's surface.
De houten boomstammen kunnen, wanneer ze aan elkaar gebonden zijn, van nature drijven op het wateroppervlak.
04
ondersteunen, versterken
to provide support and assistance to something to ensure its success
Voorbeelden
Team collaboration can buoy up the efficiency and productivity of a project.
Team samenwerking kan de efficiëntie en productiviteit van een project ondersteunen.



























