Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
brightly
01
helder, stralend
in a manner that emits a strong or intense light
grammaticale informatie
Voorbeelden
The sun rose brightly in the morning sky, bringing warmth to the day.
De zon kwam helder op aan de ochtendhemel en bracht warmte voor de dag.
02
slim, geestig
in a smart and quick-thinking way
Voorbeelden
He answered the questions brightly and confidently.
Hij beantwoordde de vragen slim en vol vertrouwen.
Voorbeelden
The children sang brightly during the school concert.
De kinderen zongen vrolijk tijdens het schoolconcert.
Lexicale Boom
brightly
bright



























