Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to adapt
01
aanpassen, adapteren
to change something in a way that suits a new purpose or situation better
Transitive: to adapt sth
Voorbeelden
The company had to adapt its marketing strategy to reach a global audience.
Het bedrijf moest zijn marketingstrategie aanpassen om een wereldwijd publiek te bereiken.
02
adapteren, bewerken
to change a book or play in a way that can be made into a movie, TV series, etc.
Transitive: to adapt a book or play
Voorbeelden
The screenwriter adapted the bestselling novel into a screenplay.
De scenarioschrijver paste de bestsellerroman aan tot een scenario.
03
aanpassen, zich aanpassen
to adjust oneself to fit into a new environment or situation
Transitive: to adapt oneself to sth
Intransitive: to adapt to sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
adapt
3e persoon enkelvoud
adapts
onvoltooid deelwoord
adapting
onvoltooid verleden tijd
adapted
voltooid deelwoord
adapted
Voorbeelden
After moving abroad, he had to quickly adapt to the local culture.
Na zijn verhuizing naar het buitenland moest hij zich snel aanpassen aan de lokale cultuur.
Lexicale Boom
adaptable
adaptation
adaptative
adapt



























