Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to breach
01
doorbreken, een bres slaan
to create an hole or gap in something, allowing access or entry
Transitive: to breach an obstacle
Voorbeelden
The storm surge breached the coastal defenses, causing flooding.
De stormvloed doorbrak de kustverdedigingen, wat overstromingen veroorzaakte.
02
schenden, breken
to break an agreement, law, etc.
Transitive: to breach an agreement or law
Voorbeelden
The student was disciplined for breaching exam regulations by using unauthorized materials.
De student werd gedisciplineerd voor het overtreden van de examenregels door ongeautoriseerd materiaal te gebruiken.
Breach
01
schending, overtreding
an act that violates an agreement, law, etc.
Voorbeelden
Unauthorized access to the secured facility was a breach of security protocols.
Ongeautoriseerde toegang tot de beveiligde faciliteit was een overtreding van de beveiligingsprotocollen.
02
a rift or rupture in relationships or unity
Voorbeelden
There was a breach between management and staff.
03
a physical gap in a barrier or structure
Voorbeelden
The storm created a breach in the levee.



























