breach
breach
briʧ
brich
/briːtʃ/

Definitie en betekenis van "breach"in het Engels

to breach
01

doorbreken, een bres slaan

to create an hole or gap in something, allowing access or entry
Transitive: to breach an obstacle
to breach definition and meaning
Voorbeelden
The storm surge breached the coastal defenses, causing flooding.
De stormvloed doorbrak de kustverdedigingen, wat overstromingen veroorzaakte.
02

schenden, breken

to break an agreement, law, etc.
Transitive: to breach an agreement or law
to breach definition and meaning
Voorbeelden
The student was disciplined for breaching exam regulations by using unauthorized materials.
De student werd gedisciplineerd voor het overtreden van de examenregels door ongeautoriseerd materiaal te gebruiken.
01

schending, overtreding

an act that violates an agreement, law, etc.
Voorbeelden
Unauthorized access to the secured facility was a breach of security protocols.
Ongeautoriseerde toegang tot de beveiligde faciliteit was een overtreding van de beveiligingsprotocollen.
02

a rift or rupture in relationships or unity

Voorbeelden
There was a breach between management and staff.
03

a physical gap in a barrier or structure

Voorbeelden
The storm created a breach in the levee.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store