Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
brand-new
/ˈbɹændˌnu/
/bɹˈandnjˈuː/
brand-new
Voorbeelden
He wore a brand-new suit to the important job interview.
Hij droeg een spiksplinternieuw pak naar het belangrijke sollicitatiegesprek.
Voorbeelden
The brand-new restaurant already has a long waiting list for reservations.
Het nieuwe restaurant heeft al een lange wachtlijst voor reserveringen.
03
spiksplinternieuw, pas benoemd
(of a person) recently taken on a new role, job, or responsibility
Voorbeelden
The team is excited to work with their brand-new manager, who joined just last week.
Het team is enthousiast om te werken met hun gloednieuwe manager, die vorige week is begonnen.



























