Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to set against
[phrase form: set]
01
tegen elkaar opzetten, vijandig maken
to cause someone to become opposed or hostile toward a friend, relative, ally, etc.
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
against
basiswerkwoord
set
tegenwoordige tijd
set against
3e persoon enkelvoud
sets against
onvoltooid deelwoord
setting against
onvoltooid verleden tijd
set against
voltooid deelwoord
set against
Voorbeelden
The manipulative manager tried to set the team members against each other to maintain control.
De manipulerende manager probeerde de teamleden tegen elkaar op te zetten om de controle te behouden.
02
vergelijken, tegenoverstellen
to compare two or more things by considering them in relation to each other
Voorbeelden
Her achievements were set against those of her peers, revealing her exceptional progress.
Haar prestaties werden vergeleken met die van haar leeftijdsgenoten, wat haar uitzonderlijke vooruitgang aan het licht bracht.
03
verrekenen, tegen elkaar wegstrepen
to balance one financial amount with another
Voorbeelden
The repair costs were set against the insurance payout to figure out the actual expense.
De reparatiekosten werden verrekend met de verzekeringsuitkering om de werkelijke kosten te berekenen.



























