Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to burst with
[phrase form: burst]
01
barsten van, vol zijn van
to be full of something
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
with
basiswerkwoord
burst
tegenwoordige tijd
burst with
3e persoon enkelvoud
bursts with
onvoltooid deelwoord
bursting with
onvoltooid verleden tijd
burst with
voltooid deelwoord
burst with
Voorbeelden
His heart burst with pride when he received the award.
Zijn hart barstte van trots toen hij de prijs ontving.



























