Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to bury
01
begraven, ter aarde bestellen
to put a dead person or animal beneath the ground
Transitive: to bury a dead person or animal
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
bury
3e persoon enkelvoud
buries
onvoltooid deelwoord
burying
onvoltooid verleden tijd
buried
voltooid deelwoord
buried
Voorbeelden
The family buries their beloved pet in the backyard.
Het gezin begraaft hun geliefde huisdier in de achtertuin.
02
begraven, verbergen
to cover or hide something from sight, often by placing it in the ground or covering it with another material
Transitive: to bury sth
Voorbeelden
The dog likes to bury its toys in the backyard.
De hond vindt het leuk om zijn speelgoed in de achtertuin te begraven.
03
verdiepen, zich begraven
to engage intensely in an activity or interest, ignoring other responsibilities or issues
Transitive: to bury oneself in an activity
Voorbeelden
She decided to bury herself in her studies to prepare for the exam.
Ze besloot zich in haar studie te verdiepen om zich voor te bereiden op het examen.
04
begraven, bedelven
to cover someone or something entirely so that they are no longer visible
Transitive: to bury sth
Voorbeelden
The snow began to bury the entire village after the blizzard.
De sneeuw begon het hele dorp te begraven na de sneeuwstorm.
05
begraven, verbergen
to keep a feeling or memory hidden or to try to forget about it
Transitive: to bury a feeling or memory
Voorbeelden
She tried to bury her sadness after the loss of her pet.
Ze probeerde haar verdriet te begraven na het verlies van haar huisdier.
Lexicale Boom
buried
burying
rebury
bury



























