Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to whiten
01
witten, ophelderen
to become white or lighter in color
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
whiten
3e persoon enkelvoud
whitens
onvoltooid deelwoord
whitening
onvoltooid verleden tijd
whitened
voltooid deelwoord
whitened
Voorbeelden
By the end of the summer, the fence will have whitened due to exposure to sunlight.
Tegen het einde van de zomer zal het hek wit zijn geworden door blootstelling aan zonlicht.
Voorbeelden
Over time, the sun has whitened the outdoor furniture.
In de loop der tijd heeft de zon het tuinmeubilair gebleekt.
Lexicale Boom
whitened
whitener
whitening
whiten



























