Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to unwind
01
ontspannen, tot rust komen
to relax and stop worrying after being under stress
Intransitive
Voorbeelden
After a hectic workday, she likes to unwind with a good book.
Na een hectische werkdag houdt ze ervan om te ontspannen met een goed boek.
02
afwikkelen, losmaken
to loosen or release something that has been twisted, coiled, or wrapped
Transitive: to unwind a string-like object
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
unwind
3e persoon enkelvoud
unwinds
onvoltooid deelwoord
unwinding
onvoltooid verleden tijd
unwound
voltooid deelwoord
unwound
Voorbeelden
She carefully unwound the string of lights before hanging them up.
Ze heeft de slinger lampen voorzichtig afgewikkeld voordat ze ze ophing.
03
ontspannen, losmaken
to help someone or something relax or become free from stress or tightness
Transitive: to unwind the body or mind
Voorbeelden
She took a warm bath to unwind her muscles after a long day.
Ze nam een warm bad om haar spieren te ontspannen na een lange dag.
04
ontwarren, afwikkelen
to straighten out or remove knots or twists from something tangled
Transitive: to unwind something tangled
Voorbeelden
She carefully unwound the tangled necklace chain.
Ze heeft voorzichtig de verwarde ketting van de halsketting ontward.
Lexicale Boom
unwind
wind



























