to tune up
tune
tju:n
tyoon
up
ʌp
ap

Definitie en betekenis van "tune up"in het Engels

to tune up
01

stemmen, afstellen

to adjust a musical instrument so that it plays in the correct pitch 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
tune
tegenwoordige tijd
tune up
3e persoon enkelvoud
tunes up
onvoltooid deelwoord
tuning up
onvoltooid verleden tijd
tuned up
voltooid deelwoord
tuned up
Voorbeelden
Before the concert, the guitarist took a moment to tune up his instrument. 

Voor het concert nam de gitarist even de tijd om zijn instrument te stemmen.

02

afstellen, bijstellen

adjust for (better) functioning 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store