to tune up
Pronunciation
/tˈuːn ˈʌp/

Definitie en betekenis van "tune up"in het Engels

to tune up
01

stemmen, afstellen

to adjust a musical instrument so that it plays in the correct pitch
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
tune
tegenwoordige tijd
tune up
3e persoon enkelvoud
tunes up
onvoltooid deelwoord
tuning up
onvoltooid verleden tijd
tuned up
voltooid deelwoord
tuned up
Voorbeelden
She always makes sure to tune up her violin before rehearsals to avoid sounding off-key.
Ze zorgt er altijd voor dat ze haar viool stemt voor de repetities om vals klinken te voorkomen.
02

afstellen, bijstellen

adjust for (better) functioning
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store