to trip up
trip
trɪp
trip
up
ʌp
ap

Definitie en betekenis van "trip up"in het Engels

to trip up
01

laten struikelen, doen vallen

to make someone stumble or fall by hitting or catching their foot on something 
to trip up definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
trip
tegenwoordige tijd
trip up
3e persoon enkelvoud
trips up
onvoltooid deelwoord
tripping up
onvoltooid verleden tijd
tripped up
voltooid deelwoord
tripped up
Voorbeelden
The loose carpet in the hallway has tripped up several people recently. 

Het losse tapijt in de gang heeft onlangs meerdere mensen doen struikelen.

02

struikelen, uitglijden en vallen

to fall or stumble due to one's foot getting hit or caught on something 
to trip up definition and meaning
Voorbeelden
She tripped up on the uneven pavement and stumbled. 

Ze struikelde over de ongelijke bestrating en wankelde.

03

misleiden, laten struikelen

to cause someone to make a mistake, often by misleading them 
Voorbeelden
The tricky question in the interview was designed to trip up the candidates. 

De lastige vraag in het interview was ontworpen om kandidaten te laten struikelen.

04

een fout maken, zich vergissen

(of a person) to make a mistake 
Voorbeelden
I didn't want to trip up during my presentation, so I practiced extensively. 

Ik wilde niet fouten maken tijdens mijn presentatie, dus ik heb uitgebreid geoefend.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store