Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
tidiest
vergrotende trap
tidier
gradueerbaar
Voorbeelden
He appreciated the tidy layout of the spreadsheet, with columns and rows neatly aligned.
Hij waardeerde het netjes opgemaakte spreadsheet, met kolommen en rijen netjes uitgelijnd.
02
netjes, verzorgd
well-groomed, neat, and styled in an organized and deliberate manner
03
aanzienlijk, groot
large in amount or extent or degree
04
netjes, georganiseerd
(of a person) keeping things clean, organized, with everything is in its proper place
Voorbeelden
She likes to be tidy, organizing her books by genre.
Ze houdt ervan om netjes te zijn, haar boeken op genre te organiseren.
to tidy
01
opruimen, organiseren
to organize a place and put things where they belong
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
tidy
3e persoon enkelvoud
tidies
onvoltooid deelwoord
tidying
onvoltooid verleden tijd
tidied
voltooid deelwoord
tidied
Voorbeelden
After the children finished playing, they were asked to tidy their toys and put everything back in its place.
Nadat de kinderen klaar waren met spelen, werd hun gevraagd om hun speelgoed op te ruimen en alles terug op zijn plaats te zetten.
01
naaidoos, naaibakje
receptacle that holds odds and ends (as sewing materials)
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
tidies
Lexicale Boom
tidily
tidiness
untidy
tidy



























