to threaten
Pronunciation
/ˈθɹɛtən/

Definitie en betekenis van "threaten"in het Engels

to threaten
01

bedreigen

to say that one is willing to damage something or hurt someone if one's demands are not met
Transitive: to threaten sb | to threaten to do sth
to threaten definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
threaten
3e persoon enkelvoud
threatens
onvoltooid deelwoord
threatening
onvoltooid verleden tijd
threatened
voltooid deelwoord
threatened
Voorbeelden
The landlord threatened to evict the tenants if they did n't pay the rent on time.
De huisbaas dreigde de huurders te ontruimen als ze de huur niet op tijd betaalden.
02

bedreigen, een bedreiging vormen

to indicate a potential danger or risk to someone or something
Transitive: to threaten sth
to threaten definition and meaning
Voorbeelden
The predator 's presence in the area threatened the smaller animals.
De aanwezigheid van de roofdier in het gebied bedreigde de kleinere dieren.
03

dreigen, voorspellen

to show signs or provide a warning of something bad or harmful that may happen
Transitive: to threaten an undesirable situation
Voorbeelden
The smell of smoke in the air threatened a wildfire in the forest.
De geur van rook in de lucht dreigde met een bosbrand.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store