Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to tamper
01
manipuleren, op een onethische manier beïnvloeden
to attempt to manipulate or persuade someone, often in an unethical or unlawful manner
Transitive: to tamper with sb
Voorbeelden
The politician was accused of tampering with the jury to influence the trial's outcome.
De politicus werd beschuldigd van het knoeien met de jury om de uitkomst van het proces te beïnvloeden.
02
knoeien, manipuleren
to meddle with or alter something, often with the intention of causing harm or making changes
Transitive: to tamper with sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
tamper
3e persoon enkelvoud
tampers
onvoltooid deelwoord
tampering
onvoltooid verleden tijd
tampered
voltooid deelwoord
tampered
Voorbeelden
Someone tampered with the brake lines of the car, causing the accident.
Iemand heeft geknoeid met de remleidingen van de auto, wat het ongeluk veroorzaakte.
Tamper
01
stamper, aanstamper
a tool for tamping (e.g., for tamping tobacco into a pipe bowl or a charge into a drill hole etc.)
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
tampers
Lexicale Boom
tampering
tamper



























