Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to swarm
01
zwermen, toestromen
to gather or travel to a place in large, dense groups
Intransitive: to swarm somewhere
Voorbeelden
Locals swarmed to the market for fresh produce on Saturday morning.
De plaatselijke bevolking stroomde zaterdagochtend naar de markt voor verse producten.
02
wemelen, zwermen
to be filled or crowded with large numbers of people, animals, or things
Intransitive: to swarm with sth
Voorbeelden
Her mind swarmed with ideas after the workshop.
Haar geest zoemde van ideeën na de workshop.
01
zwerm, wolk
a large group of insects moving together in the same direction
Voorbeelden
Tourists were fascinated by the swarm of butterflies in the garden.
Toeristen waren gefascineerd door de zwerm vlinders in de tuin.
02
een menigte, een zwerm
a large, moving crowd of people
Voorbeelden
The stadium emptied in a swarm of excited spectators.
Het stadion leegde in een zwerm opgewonden toeschouwers.



























