spur
spur
spɜr
spēr
British pronunciation
/spˈɜː/

Definitie en betekenis van "spur"in het Engels

01

spoor, uitsteeksel

a pointed extension of bone that grows from the leg or foot and is used for defense, mating rituals, or establishing dominance within a social group
spur definition and meaning
02

aansporing, stimulans

a verbalization that encourages you to attempt something
03

spoor, aansporing

a small metal tool worn on the rider's heel that is used to give subtle commands to a horse
example
Voorbeelden
The young rider 's spurs had rounded ends to provide gentle encouragement to her pony.
De sporen van de jonge ruiter hadden afgeronde uiteinden om zachte aanmoediging aan haar pony te geven.
04

aftakking, aansluitingsspoor

a short railway track branching off from a main line, typically leading to a specific facility
example
Voorbeelden
They constructed a new spur to access the industrial park.
Ze hebben een nieuwe spoorlijn aangelegd om toegang te krijgen tot het industriepark.
05

spoor, buisvormige verlenging aan de basis van de bloemkroon

tubular extension at the base of the corolla in some flowers
06

spoor, scherpe uitsteeksel

any sharply pointed projection
to spur
01

aansporen, motiveren

to give someone encouragement or motivation
Ditransitive: to spur sb to do sth
to spur definition and meaning
example
Voorbeelden
Last week, they spurred each other to achieve their fitness goals.
Vorige week hebben ze elkaar aangespoord om hun fitnessdoelen te bereiken.
02

aanmoedigen, stimuleren

to encourage or stimulate an action
Transitive: to spur an action or interest
example
Voorbeelden
The awards ceremony was meant to spur further achievements in the field.
De prijsuitreiking was bedoeld om verdere prestaties op het gebied aan te moedigen.
03

aansporen, stimuleren

to urge a horse forward by pressing spurs into its sides
Transitive: to spur a horse
example
Voorbeelden
She spurred the animal with a firm touch to get it moving after a break.
Ze spoorde het dier aan met een stevige aanraking om het in beweging te krijgen na een pauze.
04

aansporen, sporen aanbrengen

to attach spurs to a horse rider's boots in preparation for riding
Transitive: to spur shoes
example
Voorbeelden
The rider spurred his boots to prepare for the race.
De ruiter spoorde zijn laarzen aan om zich voor te bereiden op de race.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store