Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
Voorbeelden
As the temperature rose, the pristine snow turned into a messy slush around the city.
Toen de temperatuur steeg, veranderde de ongerepte sneeuw in een rommelige smurrie rond de stad.
to slush
01
morsen, spatten
to spill or splash a liquid heavily or clumsily
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
slush
3e persoon enkelvoud
slushes
onvoltooid deelwoord
slushing
onvoltooid verleden tijd
slushed
voltooid deelwoord
slushed
Voorbeelden
She slushed coffee onto the counter by accident.
Ze heeft per ongeluk koffie op de toonbank gemorst.
02
klotsen, plonzen
to produce a splashing sound
Voorbeelden
The creek slushed past the rocks with a gentle murmur.
De beek kabbelde langs de rotsen met een zacht gemurmel.



























