Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
slang, jargon
language or expressions distinctive to a particular social, professional, or cultural group
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
meervoudsvorm
slangs
Voorbeelden
Teenagers often develop their own slang.
Tieners ontwikkelen vaak hun eigen slang.
Voorbeelden
Teenagers often use slang like 'lit' to describe something that is exciting or excellent, which may not be easily understood by older generations.
Tieners gebruiken vaak slang zoals 'lit' om iets te beschrijven dat spannend of uitstekend is, wat mogelijk niet gemakkelijk te begrijpen is door oudere generaties.
to slang
01
beledigen, schelden
to insult someone using offensive language
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
slang
3e persoon enkelvoud
slangs
onvoltooid deelwoord
slanging
onvoltooid verleden tijd
slanged
voltooid deelwoord
slanged
Voorbeelden
He was slanged by the crowd after the mistake.
Hij werd na de fout door de menigte beledigd.
02
bedriegen, misleiden
to deceive or trick someone
Voorbeelden
He slanged his friends with a fake lottery ticket.
Hij bedroog zijn vrienden met een vals loterijbiljet.
03
slang spreken, slang gebruiken
to speak using slang or vulgar expressions
Voorbeelden
He tends to slang when speaking with his friends.
Hij heeft de neiging om straattaal te spreken wanneer hij met zijn vrienden praat.



























