beef
beef
bif
bif
/biːf/

Definitie en betekenis van "beef"in het Engels

01

rundvlees, vlees van een koe

meat that is from a cow
beef definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
meervoudsvorm
beefs
Voorbeelden
The roast beef sandwich at the deli is a customer favorite, piled high with thinly sliced beef and horseradish sauce.
De rosbiefsandwich bij de slagerij is een favoriet bij klanten, hoog opgestapeld met dun gesneden rundvlees en mierikswortelsaus.
02

vee, rundvee

cattle, especially when considered as livestock or for meat production
Voorbeelden
The ranch specializes in premium beef breeds.
De ranch is gespecialiseerd in premium rundvleesrassen.
03

vijandigheid, conflict

a disagreement, argument, or ongoing conflict between people, often involving hostility or rivalry
Slang
Voorbeelden
They settled their beef after a long talk.
Ze legden hun conflict bij na een lang gesprek.
to beef
01

zeuren, klagen

to express one's dissatisfaction about something, often informally
Intransitive: to beef | to beef about sth
to beef definition and meaning
Informal
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
beef
3e persoon enkelvoud
beefs
onvoltooid deelwoord
beefing
onvoltooid verleden tijd
beefed
voltooid deelwoord
beefed
Voorbeelden
Tom tends to beef about trivial matters, creating unnecessary tension at home.
Tom heeft de neiging om te zeuren over triviale zaken, wat onnodige spanning thuis veroorzaakt.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store