Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to shortchange
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
shortchange
3e persoon enkelvoud
shortchanges
onvoltooid deelwoord
shortchanging
onvoltooid verleden tijd
shortchanged
voltooid deelwoord
shortchanged
Voorbeelden
He realized he had been shortchanged after paying for the groceries.
Hij realiseerde zich dat hij was opgelicht na het betalen van de boodschappen.
02
bedriegen, benadelen
to deprive someone of something due through deceit, unfairness, or neglect
Voorbeelden
Students are often shortchanged when courses are poorly taught.
Studenten worden vaak benadeeld wanneer cursussen slecht worden gegeven.
Lexicale Boom
shortchange
short
change



























