to bedevil
Pronunciation
/bɪˈdɛvəɫ/

Definitie en betekenis van "bedevil"in het Engels

to bedevil
01

kwellen, teisteren

to continuously create problems for someone or something
Transitive: to bedevil sb/sth
to bedevil definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
bedevil
3e persoon enkelvoud
bedevils
onvoltooid deelwoord
bedeviling
onvoltooid verleden tijd
bedeviled
voltooid deelwoord
bedeviled
Voorbeelden
The team was bedeviled by a series of unexpected setbacks.
Het team werd geplaagd door een reeks onverwachte tegenslagen.
02

verwarren, kwellen

to cause great confusion, distress, or trouble
Transitive: to bedevil sb
Voorbeelden
He was bedeviled by his inability to solve the puzzle despite hours of effort.
Hij werd gekweld door zijn onvermogen om de puzzel op te lossen ondanks urenlange inspanning.
03

kwellen, teisteren

to torment or repeatedly trouble someone
Transitive: to bedevil sb
Voorbeelden
The relentless demands from her parents seemed to bedevil her, leaving little time for herself.
De onophoudelijke eisen van haar ouders leken haar te kwellen, waardoor ze weinig tijd voor zichzelf had.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store