Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
shining
01
stralend, schitterend
radiating light or brightness, whether natural or artificial
Voorbeelden
Her shining eyes reflected the excitement she felt.
Haar stralende ogen weerspiegelden de opwinding die ze voelde.
02
schitterend, uitstekend
standing out in a positive way
Voorbeelden
His shining achievements earned him a scholarship.
Zijn schitterende prestaties leverden hem een beurs op.
03
glanzend, stralend
having a smooth and bright surface that reflects light
Voorbeelden
The knight ’s shining armor gleamed in the sunlight as he rode into battle.
Het glanzende harnas van de ridder glinsterde in het zonlicht terwijl hij ten strijde trok.
Shining
01
polijsten, glad maken
the work of making something smooth and shiny by rubbing or waxing it
Lexicale Boom
shining
shine



























