Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to rejoin
01
zich weer aansluiten, terugkeren
to go back to someone or something after a separation
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
rejoin
3e persoon enkelvoud
rejoins
onvoltooid deelwoord
rejoining
onvoltooid verleden tijd
rejoined
voltooid deelwoord
rejoined
Voorbeelden
The team members were excited to rejoin after a refreshing holiday break.
De teamleden waren enthousiast om na een verfrissende vakantie weer aan te sluiten.
02
reageren, terugkaatsen
to respond to someone often in a witty, angry, or disapproving manner
Intransitive: to rejoin with a remark
Voorbeelden
When confronted with criticism, she did n't hesitate to rejoin with a clever remark that left everyone amused.
Toen ze met kritiek werd geconfronteerd, aarzelde ze niet om met een slimme opmerking te reageren die iedereen amuseerde.



























