rail
rail
reɪl
reil
tailhailfailjail

Definitie en betekenis van "rail"in het Engels

01

spoorweg, railsysteem

a system of tracks for trains 
rail definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
meervoudsvorm
rails
Voorbeelden
The goods were transported by rail across the country. 

De goederen werden per spoor door het land vervoerd.

02

rail, spoor

a steel track on which trains run 
rail definition and meaning
Voorbeelden
The rail was shiny and smooth, allowing trains to travel quickly. 

De rail was glanzend en glad, waardoor treinen snel konden reizen.

03

ral, waterhoen

any of numerous small wading birds in the family Rallidae, characterized by short wings and long toes for walking on soft mud 
Voorbeelden
Rails often hide in dense vegetation near ponds. 

Rallen verschuilen zich vaak in dichte vegetatie bij vijvers.

04

staaf, dwarsbalk

a single horizontal bar, usually made of wood or metal 
Voorbeelden
The fence consisted of a single rail across each section. 

Het hek bestond uit een enkele rail die elk deel overspande.

to rail
01

fel bekritiseren, bitter klagen

to strongly and angrily criticize or complain about something 
Intransitive: to rail about sth | to rail against sth | to rail at sb
to rail definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
rail
3e persoon enkelvoud
rails
onvoltooid deelwoord
railing
onvoltooid verleden tijd
railed
voltooid deelwoord
railed
Voorbeelden
Despite the improvements, the customer continued to rail about the service quality. 

Ondanks de verbeteringen bleef de klant fel klagen over de servicekwaliteit.

02

vervoeren per spoor, verplaatsen met behulp van het spoorwegsysteem

to transport or move items using a railway system 
Transitive: to rail sth somewhere
to rail definition and meaning
Voorbeelden
The mining company decided to rail raw materials directly from the extraction site to the processing plant. 

Het mijnbouwbedrijf besloot om grondstoffen rechtstreeks van de winningsite naar de verwerkingsfabriek te vervoeren per spoor.

03

met de trein reizen, de trein nemen

to use a railway system as a mode of transportation 
Intransitive: to rail | to rail somewhere
Voorbeelden
Instead of driving, they decided to rail from the city to the countryside for a weekend getaway. 

In plaats van te rijden, besloten ze met de trein te gaan van de stad naar het platteland voor een weekendje weg.

04

voorzien van een leuning, uitrusten met een beschermende omheining

to install or furnish with a protective barrier or structure typically made of rails 
Transitive: to rail a space
Voorbeelden
The architect decided to rail the balcony to enhance safety and aesthetics. 

De architect besloot om het balkon te voorzien van een reling om de veiligheid en esthetiek te verbeteren.

05

omheinen, voorzien van leuningen

to surround or secure an area by installing railings or a barrier made of rails 
Transitive: to rail a place
Voorbeelden
The park administration decided to rail the playground to enhance child safety. 

Het parkbestuur besloot om de speeltuin af te rasteren om de veiligheid van kinderen te verbeteren.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store